Moederzuster, dat wilde ik vroeger worden. Moeder ben ik. Van twee zoons en een dochter. En zuster, ach...ik zorg voor zielen. Als zuster in dienst van Jezus. Soms zie ik iets van God. Zomaar in het gewone leven. Mijn gedachten daarover deel ik zo nu en dan op deze blog.
Verkeer
Link ophalen
Facebook
X
Pinterest
E-mail
Andere apps
Ik loop een beetje achter met het delen van mijn columns via deze weg. Deze verscheept op 29 oktober eva.eo.nl https://eva.eo.nl/artikel/2020/10/column-corrigeren-in-het-verkeer
Toen zoon 1 geboren werd, gebeurde er iets belangrijks. Halverwege de kraamweek, uitgewrongen door een bevalling, algehele nieuwigheid, een stevige dosis hormonen en nachten waarin slapen bijzaak was, ploften manlief en ik elk op een stoel naast de wieg neer (ik plofte een beetje voorzichtig natuurlijk) om gewoon eens even te staren naar het resultaat van negen maanden (on)geduldig wachten. Al starend drong tot ons allebei iets onthutsend onvermijdelijks door wat we best eerder hadden kunnen bedenken maar toch allebei nog niet volledig hadden beseft: we waren een generatie opgeschoven. Onze status was ineens veranderd van ‘kind’ naar ‘ouder’. We waren nog wel kind van onze ouders natuurlijk, maar in het licht van de nieuwe positie als ouders leek dat ineens mijlen ver weg. Onder invloed van eerder genoemde zaken huilden manlief en ik een stortvloed van tranen over deze nieuw verworven positie. De verantwoordelijkheid voor dit machteloos kwetsbare kindje in die wieg lag nu op onze s...
Het was in 2007 in deze tijd van het jaar dat ik na een –tamelijk lange en uitputtende- fietstocht aan de waterkant stond. Samen met mijn lotgenoten, gedost in Mexicaans tenue (tip: ga nooit een fietstocht maken met een sombrero op je hoofd), bevond ik mij ergens onderaan een met windmolens beplante dijk aan het rustig kabbelende IJsselmeer ergens in de buurt van Urk. Of we maar even zo hard mogelijk ‘ik houd van de zee!’ wilden roepen? Het was een van de memorabele momenten van mijn ontgroening. Of introductie zo u wilt. Zonder enige terughoudendheid, behalve dan de stemzwakte die door energiegebrek veroorzaakt werd, schreeuwde ik het uit alle macht: ‘Ik houd van de zee!’ Wat volkomen waar, maar enigszins misplaatst was omdat het IJsselmeer geen zee is maar een meer zoals de naam al zegt. Inderdaad zijn er weinig dingen op aarde waarvan ik zoveel houd als van de zee. Manlief was nog net niet in beeld, de kinderen zaten nog in hun vaders lendenen en ik had nog nooit een broodje ...
‘Opluchting is een gevoel dat maar kort duurt,’ zo las ik laatst in een roman. Voor je het weet ben je alweer bezig met het regelen van allerlei zaken en ben je het gevoel van opluchting weer kwijt. De hoofdpersoon in het boek dat ik las, had zojuist ternauwernood een scheepsramp overleefd. Een hele opluchting. Maar meteen moest ze alweer flink aan de bak, want al haar bezittingen en daarmee haar levensonderhoud, waren met het schip verloren gegaan en nu moest ze op zoek naar een nieuwe bron van inkomsten. Een nieuwe zorg overschaduwde de opluchting. Opluchting waait voorbij voor je het vast kunt pakken. Het is een heerlijk gevoel, maar heel gauw weer vergeten. Dankbaarheid is anders. Het lijkt op opluchting. Als je tenminste afgaat op het vederlichte zweefgevoel vanbinnen. Toch is dankbaarheid anders. Dankbaarheid kan beklijven. In dankbaarheid kan je je in oefenen, je kunt het je eigen maken. Dankbaarheid kan vluchtig zijn voor wie er achteloos mee omgaat of er weinig e...
Reacties
Een reactie posten